Brian Jungen
moderne kunst vol indiaanse vrijheidsbeleving
Canadese indiaanse kunst wordt nog steeds bepaald door traditie. Toppers, zoals Robert Davidson en Susan Point, zijn sterren voor wie verzamelaars zich verdringen. In Europa blijft de elders zo extreme belangstelling voor de indiaanse kunst nogal achter. Kennis over de indiaanse cultuur is er gefundeerd op stereotyperingen en misverstanden. De werelden van moderne en volkenkundige kunst zijn strikt gescheiden.
Met typisch moderne kunstvormen gepaard aan elementen uit de traditionele indiaanse kunst slaan een aantal Canadese kunstenaars een brug tussen beide kunstwerelden. Brian Jungen is een opvallend exponent van deze overbrugging. Europa kan nu van zijn wonderlijke wereld proeven in Rotterdam bij Witte de With. Wie geïnteresseerd is in indiaanse cultuur of in moderne kunst in het algemeen zou ik op zijn Canadees willen aanmoedigen: ‘Go for it!’.
Het is een hele ervaring om, gewapend met een beetje inzicht in de wereld van de moderne indiaanse kunst, Brian Jungen te lijf te gaan. Ga naar Witte de With en oordeel zelf.
Tijdens zijn studie werd Jungen regelmatig gevraagd uitleg te geven over de kunst van de noordwestkust-indianen. Ofschoon hij zelf wortelde in een geheel ander indiaanse cultuur, raakte hij zelf ook geïmponeerd door de totems en maskers van de Haida en Kwakiutl. Die zijn een fysieke manifestatie van indiaanse geschiedenis, legendarische verhalen, oorsprong en identiteit. Brian Jungen heeft er een indrukwekkende moderne vorm voor gevonden. De sportschoenen van Nike, symbolen van nieuwe vormen van identiteit, vooral ook op indiaanse reservaten, zijn omgebouwd tot maskers, bijna mythologische objecten in de kleuren en vormen van de traditionele kunst. De sportschoenen worden van hun oorspronkelijke context bevrijd en abstracte waarden van de indiaanse identiteit gaan het beeld overheersen. Door de bevrijding van de directe context en de manifestatie van de nieuwe, lijkt het of de culturele overheersing van het eerste op het laatste wordt omgedraaid.
Dergelijke bevrijding en manifestatie van nieuwe waarden zien we in veel werk terug. ‘America’s favourite passtime’ wordt ‘America’s ultimate shame’ als Jungen geheel uit honkbalhandschoenen een trotse indiaanse krijger boetseert. Ingewikkelder, maar des te meer obsceen, wordt de lijn van bevrijding en manifestatie in andere werken. Jungen kerft stereotype beelden over indianen in de wanden van de galerie, moderne graffiti analoog aan de eeuwenoude pictogrammen die de indiaanse voorouders nalieten voor het nageslacht. Briljant is het gegeven, dat Jungen deze tekeningetjes liet schetsen door passanten in de straten van de grote Canadese steden. Zelfs vooroordelen worden zo van hun context bevrijd en met middelen van de moderne maatschappij herwonnen voor de demonstratie van de indiaanse identiteit.
Op eenzelfde wijze worden plastic tuinstoeltjes getransformeerd tot een reusachtig walvisskelet. Het valse archeologische object leidt tot overtuiging in plaats van causaliteit, hogere waarden in plaats van wetenschap.
Wie met de kunst van Jungen aan de slag gaat ontdekt nog veel meer. En dat is nu juist het bijzondere van Brian Jungen, een kunstenaar die we met grote belangstelling zullen volgen.
Brian Jungen’s werk is te zien tot 11 februari 2007 bij Witte de With, Witte de Withstraat 50 Rotterdam.
Boeken over zijn werk zijn te bestellen via www.ideabooks.nl en bij Witte de With www.wdw.nl. |